zaterdag 8 november 2025

Mechelen in vijf verhalen en enkele foto's

 

Sint-Rombout 

De geschiedenis van Mechelen is onlosmakelijk verbonden met het heilige Rombout. Deze Ierse monnik was niet zomaar de eerste de beste: hij zou de zoon van een lokale vorst geweest zijn. Door de paus werd hij benoemd tot bisschop van Dublin, maar Rombout had een andere missie voor ogen: hij ging naar Rome om de paus de bisschopsring terug te geven en kreeg toestemming om op het vasteland heidenen te gaan bekeren. Zo belandde hij in Mechelen en stichtte daar een abdij. Zowel tijdens zijn leven als na zijn dood zou hij tal van mirakels verricht hebben, het ene al wat ernstiger dan het andere. Zo zou hij gebeden hebben dat de kinderloze graaf Ado en zijn vrouw Elisa, die hem gastvrij ontvangen hadden in Mechelen, ondanks hun gevorderde leeftijd toch nog een kind zouden krijgen. En kijk, negen maanden later beviel Elisa van een flinke zoon, Libertus. Enkele jaren later sloeg het noodlot toe: het kind sukkelde in het water van de Dijle en verdronk. Drie dagen later spoelde zijn lichaampje aan. Rombout werd erbij gehaald, zonk op zijn knieën en bad tot God. Lo and behold! Libertus was weer springlevend. 

Hierboven zie je een detail uit een schilderij (in de kathedraal kan je 25 schilderijen uit de 15de eeuw bewonderen over het leven en de vele wonderen van de heilige) waarop een ietwat minder zwaarwichtig mirakel afgebeeld is. In het klooster was een van de zusters verantwoordelijk om de anderen op tijd op te roepen voor het gebed. Gelukkig voor haar beschikte het klooster over een plichtsgetrouwe haan die haar 's morgens in alle vroegte wakker maakte. Maar op een goede (of eerder slechte) ochtend was een vos in het klooster binnengedrongen en er met de haan vandoor gegaan. Ook nu biedt Rombout hulp: op vraag van de heilige brengt de vos, zoals je hierboven kan zien, de haan braafjes terug. Zo kon de zuster terug met een gerust hart gaan slapen.


Onze-Lieve-Vrouw-van-Hanswijk 

Enkele eeuwen later, in Hanswijk, een gehucht aan de overkant van de Dijle. Een zwaarbeladen rivierschip strandt op de oever en hoeveel van de lading ook van boord gehaald wordt en hoe hard de bemanning ook trekt en sleurt, het schip wil niet meer loskomen. Tot op een gegeven moment iemand op het idee komt om het Mariabeeld dat aan boord van het schip is, ook van boord te halen (niet dat het zoveel woog, maar toch, alle beetjes helpen). Plots schiet het schip los, klaar om zijn reis te vervolgen. Dit is een duidelijk teken dat Maria op deze plaats vereerd wil worden en dat haar beeld ter plekke een nieuw onderkomen moet krijgen. De verering van Onze-Lieve-Vrouw-van-Hanswijk kan beginnen. Je kan dit tafereel bewonderen in de Hanswijkbasiliek, links van de inkomdeur.

We fastforwarden enkele eeuwen en komen uit in 1272. Mechelen wordt door een zware pestepidemie getroffen. Omdat alle hulp welkom is, wordt het befaamde  Mariabeeld van Hanswijk in processie door de stad gedragen en als bij toverslag verdwijnt de epidemie. Vanaf nu zal de Hanswijkprocessie elk jaar plaatsvinden.

Nu je toch in de kerk bent, kun je net zo goed nog even rondkijken. In de bijzondere koepel vind je twee enorme reliëfs, waaronder dit ene dat de Aanbidding van het kindje Jezus door de herders uitbeeldt:

 

Het is een zeer eigentijdse voorstelling door de Mechelaar Lucas Faydherbe die ook de kerk zelf ontworpen heeft (en die tussen haakjes nog opgeleid was in het atelier van Rubens in Antwerpen). Afgezien van het feit dat je al goed moet zoeken om de toch zeer traditionele schaapjes te vinden, viel mij vooral deze man op...

... niet zozeer omwille van de hooivork (die toch ook niet zo typisch is voor de herdertjes bij de kerststal), maar wel omwille van zijn bril!

Tot slot wil ik je toch ook deze niet onthouden: een onderdeel van de biechtstoel (dan wist je tijdens het wachten op je beurt, meteen wat je later te wachten stond): 



Opsinjoorke

Vóór het stadhuis staat het beeld van Opsinjoorke. Het bootst een pop uit 1647 na die Mechelaars meedragen in praalstoeten en ommegangen. De pop heette eerst Sotscop of Vuilen Bruidegom, bijnamen voor dronken mannen die hun vrouw slecht behandelden. Zij worden in de gedaante van de pop symbolisch in het openbaar gestraft voor hun wangedrag door de pop omhoog te gooien en terug op te vangen in een doek. Maar waar komt de naam ‘Opsinjoorke’ vandaan? Daarvoor gaan we naar 4 juli 1775. Tijdens de stoet voor duizend jaar Sint-Romboutsverering valt de Sotscop naast het doek, in de menigte. Een Antwerpse toeschouwer, een zekere Jacobus De Leeuw, weert de pop af, maar wordt er meteen van beschuldigd Sotscop te willen roven. Enkele heethoofden slaan hem in elkaar. Het slachtoffer bepleit nadien in een protestbrief aan de Mechelse rechter zijn onschuld en eist een schadevergoeding. Wat het resultaat van dit protest was, weten we niet, maar omdat de pop op een ‘Sinjoor’ (de bijnaam van Antwerpenaren) was beland, heet hij sindsdien Opsinjoorke.


Het Mechelen van de Bourgondiërs 

Mechelen is, met recht, trots op zijn Bourgondische verleden. Vanaf 1369 is de heerlijkheid Mechelen in handen van de Bourgondische hertogen. Een eeuw later zal Karel de Stoute de Rekenkamer en de Grote Raad, dit is het opperste gerechtshof van alle Bourgondische gebieden, in Mechelen vestigen en daarmee wordt Mechelen de juridische hoofdstad. 

Wanneer Karel op vrij jonge leeftijd sterft, laat hij zijn dochter Maria van Bourgondië als enige erfgenaam achter. Zij trouwt met Maximiliaan van Oostenrijk, waardoor de Nederlanden uiteindelijk in handen van de Habsburgers zullen komen. Maria en Maximiliaan krijgen twee kinderen, Filips de Schone en Margaretha van Oostenrijk. Over Margaretha straks meer, eerst Filips. Hij trouwt op zijn 18de met de 17-jarige Johanna van Castilië, de erfgename van de Spaanse kroon. Tien jaar en zes kinderen later sterft Filips, amper 28 jaar oud, en wordt hun zoon Karel V, op dat moment 6 jaar, heerser over de Nederlanden, later ook over Spanje (via zijn moeder) en over het Habsburgse rijk (via zijn grootvader Maximiliaan), met als kers op de taart de keizerskroon van het Heilig Roomse Rijk. Onder Karel V wordt Mechelen een van de Zeventien Provinciën.


In het Museum Hof van Busleyden hangt dit indrukwekkende schilderij, getiteld Bezwering van Johanna de Waanzinnige. De Johanna over wie het hier gaat, is de vrouw van Filips de Schone en de dochter van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië. Door het huwelijk van haar ouders, Ferdinand en Isabella, was er een persoonlijke unie ontstaan tussen Aragon en Castilië, maar deze twee gebieden zullen pas opgaan in één enkele staat, nl. Spanje, na hun overlijden, onder de heerschappij van hun erfgename Johanna. In 1504 overlijdt Isabella en wordt Johanna al koningin van Castilië. Dit was een doorn in het oog van haar vader, die daarmee immers zijn koninklijke status in Castilië (die hij dankte aan zijn positie als echtgenoot van de Castiliaanse koningin Isabella), kwijtspeelde. Ferdinand overtuigt het Hooggerechtshof dat Johanna niet in staat is om te regeren, zodat hij als regent alsnog over Castilië kan heersen. Filips de Schone reist naar Castilië om daar de rechten van zijn vrouw (en daarmee ook die van hemzelf) te verdedigen, met succes, maar amper drie maanden later sterft hij, officieel aan tyfus, maar volgens boze tongen werd hij vermoord. Johanna is buiten zichzelf van verdriet (ze zou de kist met Filips' lijk niet hebben willen begraven, maar in haar slaapkamer bij zich houden en elke ochtend openen). Haar vader grijpt dit aan als bewijs dat ze werkelijk aan een vorm van waanzin lijdt en dus niet kan regeren, waarna hij haar laat opsluiten in een klooster. Wanneer Ferdinand tien jaar later sterft, erft Johanna ook de koningskroon van Aragon. Eind goed, al goed voor Johanna zou je denken, maar daar denkt haar intussen 15-jaar oude zoon Karel heel anders over: hij past de tactiek van zijn grootvader Ferdinand toe, bevestigt de geestesziekte van zijn moeder en haar opsluiting in het klooster. Ze zal daar, officieel koningin van Spanje, in afzondering leven tot haar dood in 1555. Intussen maakt Karel als regent over Spanje het mooie weer. 

Terug naar Mechelen. Wanneer Filips de Schone in 1506 sterft, is zijn zoon Karel dus nog maar 6 jaar oud. Maximiliaan, de vader van Filips de Schone, wordt regent over de Nederlanden, maar omdat hij al genoeg aan zijn hoofd heeft met het bestuur van zijn eigen gebieden, stuurt hij zijn dochter Margaretha van Oostenrijk als landvoogdes naar de Nederlanden. Zij zal tussen 1507 en 1530 de Nederlanden besturen vanuit het Hof van Savoye in Mechelen. Haar hof werd het centrum voor kunst, cultuur en humanisme. Hier voedde ze ook Karel V en zijn drie oudste zussen op, over wie zij als voogd was aangesteld na het overlijden van haar broer Filips en de opsluiting van Johanna in Spanje.

Binnentuin van het Hof van Savoye

Margaretha was zonder twijfel een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van Mechelen. Na de Belgische onafhankelijkheid, toen men op grote schaal standbeelden ging oprichten van "grote Belgen" als bewijs van ons "grote verleden", koos men in Mechelen (als zowat de enige stad) voor een vrouw: in 1848 werd op de Grote Markt het standbeeld van Margaretha ingehuldigd. Vele jaren, toen onder de Grote Markt een parking werd aangelegd, bleek Margaretha te zwaar en moest ze verhuizen naar de rand van de Markt.

Tot slot nog dit indrukwekkende schilderij, ook te bewonderen in het Museum Hof van Busleyden:

Poppenspel aan het hof van Margaretha van Oostenrijk (Willem Geets, 1891)

Op de bank zien we Margaretha zitten, gekleed in het zwart (op haar 24 was ze al voor de tweede keer weduwe), met rond haar de kinderen van haar overleden broer Filips. Aan haar rechterzijde (links voor de toeschouwer) zit Karel, de latere keizer van het rijk waar de zon nooit onderging. Als ik eerlijk mag zijn, zijn portret is niet erg flatterend en hij ziet er niet erg snugger uit... Maar nu ga ik ongetwijfeld te veel op uiterlijk af :)

Het is goed om te zien dat de kinderen toch iets van een normale kindertijd gehad hebben, voordat zij -niet veel later- als stukken ingezet zouden worden op het politieke schaakbord van Europa. Maria, het meisje links van Margaretha, zou koningin van Hongarije worden. Aan haar linkerzijde zit haar 17 jaar oude zus Eleonora die enkele jaren later zou trouwen met de 30 jaar oudere koning van Portugal en na diens overlijden met de Franse koning. Links van haar staat Catharina die net als haar zus koningin van Portugal zou worden (hier neemt de schilder trouwens een loopje met de werkelijkheid: Catharina, die pas enkele maanden na de dood van haar vader geboren was, werd niet bij haar moeder Johanna weggehaald, toen ze in het klooster werd opgesloten; zij is nooit in Mechelen geweest). Helemaal vooraan zit Isabella, je raadt het al, ook koningin, in haar geval van Denemarken en Noorwegen (en heel even ook van Zweden).

In 1984 raakte het schilderij ernstig beschadigd: het hoofd van Isabella werd eruit gesneden en gestolen! Het originele hoofd is tot nu toe niet meer terug opgedoken, maar sinds 2005 is het doek terug in zijn "oorspronkelijke" staat te bewonderen. Op een geprepareerd schildersdoek werd een kopie van het ontbrekende stuk geschilderd, waarna het draad aan draad in het gat in het schilderij werd gelijmd. 

Ondanks de blije gezichtjes van de kinderen vind ik zelf de linkerkant van het schilderij met daarop de 'gewone' mensen, een stuk boeiender: de bijna onzichtbare bewakers, de muzikanten, het kamerscherm, de poppenspeler, de poppen zelf, het meisje dat de poppen aanreikt, het trommelaartje.


 Kameleon 

Net buiten het centrum van Mechelen vind je deze prachtige mural van Tom Cech. De kameleon laat zijn ene helft in zijn volle glorie zien (met op de achtergrond de Sint-Romboutskathedraal), terwijl de andere helft -zoals dat gaat bij kameleons- opgaat in zijn omgeving. Die omgeving is in dit geval de muur van de gevangenis. Het is niet voor niets dat de klok op 5 vóór 12 staat: vanmorgen hoorde ik dat Mechelen de gevangenis met de grootste overbevolking van het land is (en dat wil wat zeggen): voor elke beschikbare plaats zijn er twee gedetineerden! 

Met deze muurschildering wil de gevangenis van Mechelen haar 150-jarig bestaan 'vieren'. Dat de stad Mechelen en de gevangenis bij Tom Cech uitkwamen voor een nieuwe muurschildering, is geen toeval. "Ik werk zelf als sociaal werker in de Leuvense hulpgevangenis", legt hij uit. "Daar begeleid ik ex-gedetineerden bij hun re-integratie in de samenleving. Deze opdracht was dus een mooie combinatie van mijn 2 jobs."

Voor zijn ontwerp trok hij ook naar de gedetineerden zelf. "Eind vorig jaar heb ik een aantal inspiratiesessies gehouden in de gevangenis. Daar is idee van de kameleon ontstaan. Die staat symbool voor het aanpassingsvermogen dat gedetineerden nodig hebben."

"Ze moeten zich aanpassen aan het leven binnen de gevangenis. Dat kan een grote schok zijn, zeker als het de eerste keer is. Maar daarna moeten ze zich ook weer aanpassen aan het leven daarbuiten. Helaas hervallen ook veel gedetineerden, waardoor ze zich geregeld opnieuw moeten aanpassen."

Op het lichaam van de kameleon staan de woorden "restore" en "reintegrate". "De gevangenis vond het belangrijk om ook de herstelgedachte naar voor te laten komen. Dat is noodzakelijk ten aanzien van slachtoffers, maar ook daders moeten hersteld worden en re-integreren." 

 

dinsdag 28 oktober 2025

KMSKA - Donas, Archipenko & La Section d'Or. Betoverend modernisme


Wat kan je op een regenachtige herfstdag in de vakantie beter doen dan naar de expo Donas, Archipenko en La Section d’Or gaan?

Een drietal jaar geleden maakte ik kennis met de schilderijen van Marthe Donas (vraag me niet hoe: drie jaar is te veel voor mijn 52-jarige geheugen) en ik was vast van plan naar Ittre te gaan om haar werk in haar eigen museum te gaan bewonderen. Maar door allerhande omstandigheden is het er (nog) niet van gekomen en dus was ik heel blij, toen ik een paar maanden geleden ontdekte dat ik niet naar Donas moest, want dat Donas naar Antwerpen kwam. 

 

 

 

"Chercheuse passionnée, elle tend d'abord l'imitation de la sculpture sur toile, elle colle des matières (étoffes etc.) sur des cartons qu'elle peint ensuite, puis elle découpe la silhouette de ses dessins dans des cartons ou toiles, au moyen d'un ciment qu'elle prépare. Tous ses efforts tendent à une synthèse et à l'évocation d'une pensée supérieure à l'objet matériel qu'elle veut présenter."

(in La revue du Vrai et du Beau)    

 

Marthe Donas heeft tegen heel wat obstakels moeten opboksen om haar artistieke aspiraties te kunnen volgen. Haar vader verbood haar lessen te volgen aan de Kunstacademie waar ze zich op eigen initiatief had ingeschreven en later zal ze haar werken een tijdlang signeren met Tour Donas, om ernstig genomen te worden in de wereld van de kunst, aangezien kunst en dan zeker de moderne kubistische en abstracte kunst als een exclusief mannelijk terrein werd beschouwd.

Naakt (André Lhote, 1918)
Tijdens W.O. I vlucht ze met haar ouders naar Nederland, maar al snel neemt ze de boot naar Dublin waar ze leert glasramen te vervaardigen. Wanneer ze dan vandaaruit naar Parijs verhuist, gaat ze in de leer bij André Lhote en via hem leert ze het kubisme kennen. Deze stroming, die de wereld in geometrische vlakken fragmenteert, zal haar wellicht aan glasramen herinnerd hebben. 

Maar ook een kunstenaar moet eten en omdat het haar financieel niet echt voor de wind gaat, neemt ze het aanbod aan van een Franse aristocrate om haar te vergezellen naar Nice in ruil voor schilderlessen. Het is in Nice dat Donas in contact komt met de uit Kiev afkomstige Alexander Archipenko die haar werk sterk zal beïnvloeden. Deze schilder-beeldhouwer wil zijn twee passies verzoenen in zijn sculpto-schilderijen, 3D-schilderijen waarin hij ook andere materialen gebruikt dan enkel doek en verf. Op die manier probeert hij ruimte en beweging te creëren.

 

 

Stilleven (Alexander Archipenko, 1915)

Danseres (Marthe Donas, 1918-1919)

Ook Donas zal, zij het minder uitgesproken, op zoek gaan naar een andere textuur in haar werken door er o.m; doek en kant in te verwerken of door haar verf te vermengen met zand.

Na de oorlog keren ze beiden terug naar Parijs waar ze de modernistische kunstbeweging Section d’Or nieuw leven in blazen. Dit leidt tot een internationale doorbraak voor Donas, tot in de VS toe. Pas in 1920 exposeert ze in haar vaderland België, waar ze dan tot dan toe vrij onbekend is gebleven.

Na haar breuk met Archipenko en haar huwelijk wordt het een tijdlang stil rond haar en pas na W.O. II begint ze aan een tweede carrière. Jammer dat er van die periode geen werken in de expo zijn opgenomen.

 


 

 

 

 

 

 

Vrouw met hoed (Marthe Donas, 1918)

 

Mechelen in vijf verhalen en enkele foto's

  Sint-Rombout   De geschiedenis van Mechelen is onlosmakelijk verbonden met het heilige Rombout. Deze Ierse monnik was niet zomaar de eerst...